{"Tekst":"§ 1. Als er geen bezwaar is ingediend tegen de verkiezing, worden de verkozen gemeenteraadsleden door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad ten minste acht dagen voor de installatievergadering van de gemeenteraad op de hoogte gebracht van de datum, het uur en de plaats van de installatievergadering. De installatievergadering van de gemeenteraad vindt plaats op een van de eerste vijf werkdagen van december. Bij ontstentenis van oproeping door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad vindt de installatievergadering van rechtswege plaats op de vijfde werkdag van december in het gemeentehuis om 20 uur. De algemeen directeur brengt bij ontstentenis van oproeping door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad voor de goede orde de nieuw verkozen gemeenteraadsleden daarvan op de hoogte.<br>\n<br>\nIn het eerste lid wordt verstaan onder werkdag: elke dag van de week, behalve zaterdag, zondag en wettelijke en decretale feestdagen.<br>\n<br>\nAls er een bezwaar is ingediend tegen de verkiezing en als die vervolgens toch geldig is verklaard, vindt de installatievergadering plaats binnen vijftien dagen na de dag waarop de uitslag van de verkiezing definitief is met toepassing van artikel 25 van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, maar op zijn vroegst op een van de eerste vijf werkdagen van december. De verkozen gemeenteraadsleden worden door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad ten minste acht dagen voor de installatievergadering op de hoogte gebracht van de datum, het uur en de plaats van de vergadering.<br>\n<br>\nAls er een bezwaar is ingediend tegen de verkiezing en als die verkiezing vervolgens ongeldig is verklaard en er een nieuwe verkiezing moet worden gehouden, vindt de installatievergadering plaats binnen vijftien dagen na de dag waarop de uitslag van de nieuwe verkiezing definitief is met toepassing van artikel 203, derde lid, van het Lokaal en Provinciaal Kiesdecreet van 8 juli 2011 of met toepassing van artikel 25 van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolle- ges. De verkozen gemeenteraadsleden worden door de uittredende voorzitter van de gemeenteraad ten minste acht dagen voor de installatievergadering op de hoogte gebracht van de datum, het uur en de plaats van de vergadering.<br>\n<br>\nAls de nieuw verkozen raadsleden niet zijn bijeengeroepen overeenkomstig het derde en het vierde lid, worden ze volgens hun rangorde bijeengeroepen door een uittredend lid van het college van burgemeester en schepenen.<br>\n<br>\nAls de gemeenteraad ten gevolge van een wijziging van de zetelverdeling niet van rechtswege geïnstalleerd kan worden overeenkomstig het eerste lid, worden de nieuw verkozen raadsleden bijeengeroepen overeenkomstig het derde en het vierde lid nadat de zetelverdeling definitief is.<br>\n<br>\n§1/1. Tot uiterlijk drie dagen voor de installatievergadering kan er een verbeterende akte van voordracht of opvolging worden ingediend als door een uitspraak van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen of de Raad van State de verkiezingsuitslag definitief is gewijzigd. In dat geval is de sanctie, vermeld in artikel 7, §2, niet van toepassing.<br>\n<br>\nOnder een wijziging van de verkiezingsuitslag door een uitspraak van de Raad voor Verkiezingsbetwistingen of de Raad van State vallen volgende situaties:<br>\n1° een wijziging in de zetelverdeling tussen de lijsten;<br>\n2° een wijziging in de rangorde van de gekozen raadsleden of de opvolgers.<br>\n<br>\nAls de verbeterende akte van voordracht of opvolging ontvankelijk is, is de eerdere akte van voordracht of opvolging voor hetzelfde mandaat zonder voorwerp.<br>\n<br>\n§ 2. De uittredende voorzitter van de gemeenteraad zit de installatievergadering voor. Hij blijft voorzitter van de gemeenteraad tot een nieuwe voorzitter verkozen is. Als de uittredende voorzitter van de gemeenteraad de installatievergadering niet kan voorzitten, wordt ze voorgezeten door een uittredend lid van het college van burgemeester en schepenen in volgorde van hun rang.<br>\n<br>\n§ 3. De gemeenteraad onderzoekt de geloofsbrieven van de verkozen gemeenteraadsleden. De verkozen gemeenteraadsleden van wie de geloofsbrieven zijn goedgekeurd, leggen, voor ze hun mandaat aanvaarden, in openbare vergadering de volgende eed af in handen van de voorzitter van de installatievergadering: \"Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen.\".<br>\n<br>\nDe voorzitter van de installatievergadering legt, als die herkozen is als gemeenteraadslid, de eed af in handen van het oudste gemeenteraadslid, of, als de voorzitter van de installatievergadering zelf het oudste raadslid is, in handen van het op een na oudste gemeenteraadslid.<br>\n<br>\nEen raadslid dat zich in een situatie van verhindering bevindt als vermeld in artikel 12, 5°, kan worden verkozen als schepen of voorzitter van het bijzonder comité voor de sociale dienst of aangeduid worden als aangewezen-burgemeester. In voorkomend geval en in afwijking van artikel 12, 5°, kan dat raadslid vervolgens de eed afleggen van het betreffende mandaat.<br>\n<br>\n§ 4. De verkozen gemeenteraadsleden die aanwezig zijn op de installatievergadering en die de eed niet afleggen, worden geacht afstand te hebben gedaan van hun mandaat.<br>\n<br>\n§ 5. De verkozen gemeenteraadsleden die niet aanwezig zijn op de installatievergadering en die, nadat ze daarvoor uitdrukkelijk zijn opgeroepen, zonder geldige reden afwezig zijn op de eerste daaropvolgende vergadering, worden geacht afstand te hebben gedaan van hun mandaat.<br>\n<br>\n§ 6. Als de voorzitter van de gemeenteraad, degene die de voorzitter vervangt of degene die de eed afneemt van de voorzitter, nalaat de eed af te nemen van de verkozen gemeenteraadsleden op de installatievergadering of, bij vervanging van een lid, na de installatievergadering uiterlijk op de eerstvolgende vergadering van de gemeenteraad, wordt de eed afgenomen door een lid van het college van burgemeester en schepenen volgens hun rangorde. Als de voorzitter van de gemeenteraad, degene die de voorzitter vervangt of degene die de eed afneemt van de voorzitter, nalaat de eed af te nemen, noteert de algemeen directeur de vervanging van de voorzitter in de notulen van de vergadering.<br>\n<br>\n§ 7. De rangorde van de gemeenteraadsleden wordt tijdens de installatievergadering van de nieuwe gemeenteraad onmiddellijk na de eedaflegging van de gemeenteraadsleden vastgesteld. Het gemeenteraadslid met de hoogste anciënniteit neemt de hoogste rang in. Bij gelijke anciënniteit neemt het gemeenteraadslid dat bij de laatste volledige vernieuwing van de gemeenteraad het hoogste aantal naamstemmen heeft behaald, de hoogste rang in. Bij een gelijk aantal naamstemmen neemt het gemeenteraadslid van wie de lijst bij de laatste volledige vernieuwing van de gemeenteraad de meeste stemmen heeft behaald de hoogste rang in. De opvolgers die na de installatievergadering als gemeenteraadslid worden geïnstalleerd, nemen in volgorde van hun eedaflegging een rang in.","Commentaar":null,"MetaData":[{"Rel":"ArtikelversieRelaties","Href":"https://codex.opendata.api.vlaanderen.be/api/WetgevingArtikelVersie/1469970/ArtikelversieRelaties"},{"Rel":"DocumentRelaties","Href":"https://codex.opendata.api.vlaanderen.be/api/WetgevingArtikelVersie/1469970/DocumentRelaties"},{"Rel":"Bestanden","Href":"https://codex.opendata.api.vlaanderen.be/api/WetgevingArtikelVersie/1469970/Bestanden"},{"Rel":"HoofdstukVersieRelaties","Href":"https://codex.opendata.api.vlaanderen.be/api/WetgevingArtikelVersie/1469970/HoofdstukVersieRelaties"}],"StartDatum":"2024-12-01T00:00:00","EindDatum":null,"StartDatumConditie":"SpecifiedDate","EindDatumConditie":"SpecifiedDate","ArtikelType":"ART","ArtikelNummer":"6.","Link":{"Rel":"self","Href":"https://codex.opendata.api.vlaanderen.be/api/WetgevingArtikelVersie/1469970"},"Id":1469970}