{"Tekst":"Een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen is niet nodig voor de volgende handelingen&nbsp;in, aan en bij hoofdzakelijk vergunde of vergund geachte woningen:<br>\n1° gebruikelijke ondergrondse constructies, tenzij die strijdig zijn met een goedgekeurd rooilijnplan, een in een goedgekeurd rooilijnplan opgenomen achteruitbouwstrook of een goedgekeurd onteigeningsplan;<br>\n2° handelingen aan gevels en daken, zonder de energieprestatie van het gebouw te verslechteren en zonder het fysieke bouwvolume te wijzigen. Als de handelingen gepaard gaan met stabiliteitswerken geldt de vrijstelling alleen als een architect wordt aangesteld voor het ontwerp en de controle van de handelingen;<br>\n2/1° het aanbrengen van isolatie, met inbegrip van de gebruikelijke afwerking ervan, aan de buitenzijde van gevels en daken tot een maximum van 26 centimeter, voor zover de rooilijn niet overschreden wordt;<br>\n3° zonnepanelen of zonneboilers die aan een van volgende voorwaarden voldoen:<br>\na) ze zijn geplaatst op een plat dak, tot maximaal 1 meter boven de dakrand;<br>\nb) ze zijn geïntegreerd in of op het hellende dakvlak;<br>\nc) ze zijn bevestigd op een gevel, met een totale maximale oppervlakte van vier vierkante meter per gevel;<br>\nd) ze zijn bevestigd aan een balkonafsluiting<br>\n4° binnenverbouwingen. Als de handelingen gepaard gaan met stabiliteitswerken geldt de vrijstelling alleen als een architect wordt aangesteld voor het ontwerp en de controle van de handelingen;<br>\n5° afsluitingen tot een hoogte van twee meter in de zijtuin en achtertuin;<br>\n6° toegangspoorten en open afsluitingen tot een hoogte van twee meter;<br>\n7° gesloten afsluitingen tot een hoogte van 1 meter in de voortuin;<br>\n8° de plaatsing van niet-overdekte constructies in zijtuin en achtertuin, ingeplant tot op 1 meter van de perceelsgrens of tot tegen een bestaande scheidingsmuur, voor zover de gezamenlijke oppervlakte van dergelijke constructies, met inbegrip van alle bestaande niet-overdekte constructies in zijtuin en achtertuin, 80 vierkante meter niet overschrijdt en voor zover het hemelwater dat op de niet-overdekte constructies valt, niet wordt afgevoerd van het eigen terrein. De overloop van een zwembad mag worden aangesloten op de riolering. Deze vrijstelling geldt niet voor de plaatsing van bovengrondse onderdelen van warmtepompen en airco’s;<br>\n8°/1 de plaatsing van bovengrondse onderdelen van warmtepompen en airco’s in de tuin, op een gevel of op een plat dak, ingeplant tot op twee meter van de perceelsgrens of tot tegen een bestaande scheidingsmuur;<br>\n9° de plaatsing in de voortuin van de strikt noodzakelijke toegang tot en oprit naar het gebouw, voor zover het hemelwater dat erop valt, niet wordt afgevoerd van het eigen terrein. Deze vrijstelling van vergunningsplicht geldt niet voor het overwelven of inbuizen van grachten en waterlopen, behalve de overwelving of inbuizing van een baangracht, vermeld in artikel 12/1.3;<br>\n9°/1 ...;<br>\n10° de plaatsing van allerhande kleine tuinconstructies zoals tuinornamenten, brievenbussen, barbecues en speeltoestellen;<br>\n11° van het hoofdgebouw vrijstaande niet voor verblijf bestemde bijgebouwen, met inbegrip van carports, in de zijtuin tot op 3 meter van de perceelsgrenzen of in de achtertuin tot op 1 meter van de perceelsgrenzen. De vrijstaande bijgebouwen kunnen in de achtertuin ook op of tegen de perceelsgrens geplaatst worden als ze tegen een bestaande scheidingsmuur opgericht worden en als de bestaande scheidingsmuur niet gewijzigd wordt. De totale oppervlakte blijft beperkt tot maximaal 40 vierkante meter per goed, met inbegrip van alle bestaande vrijstaande bijgebouwen. De maximale hoogte is beperkt tot 3,5 meter;&nbsp;Het hemelwater dat op de bijgebouwen valt, wordt niet afgevoerd van het eigen terrein;<br>\n12° het opslaan van allerhande bij de woning horende materialen en materieel met een totaal maximaal volume van 10 kubieke meter, niet zichtbaar vanaf de openbare weg;<br>\n13° het plaatsen van één verplaatsbare inrichting die voor bewoning kan worden gebruikt, zoals één woonwagen, kampeerwagen of tent, niet zichtbaar vanaf de openbare weg, zonder er effectief te wonen.<br>\n14° gebruikelijke technische constructies aan of op een woning, op voorwaarde dat ze niet meer dan drie meter boven de nok van de woning uitsteken. Deze vrijstelling geldt niet voor de plaatsing van zonnepanelen en zonneboilers, bovengrondse onderdelen van warmtepompen en airco’s;<br>\n15° de plaatsing van elektrische laadpalen;<br>\n16° de plaatsing van glasbollen, kledingcontainers en andere boven- of ondergrondse houders voor de selectieve verzameling en ophaling van afval, voor zover de gezamenlijke oppervlakte kleiner is dan tien vierkante meter.<br>\n&nbsp;","Commentaar":null,"MetaData":[{"Rel":"ArtikelversieRelaties","Href":"https://codex.opendata.api.vlaanderen.be/api/WetgevingArtikelVersie/1549449/ArtikelversieRelaties"},{"Rel":"DocumentRelaties","Href":"https://codex.opendata.api.vlaanderen.be/api/WetgevingArtikelVersie/1549449/DocumentRelaties"},{"Rel":"Bestanden","Href":"https://codex.opendata.api.vlaanderen.be/api/WetgevingArtikelVersie/1549449/Bestanden"},{"Rel":"HoofdstukVersieRelaties","Href":"https://codex.opendata.api.vlaanderen.be/api/WetgevingArtikelVersie/1549449/HoofdstukVersieRelaties"}],"StartDatum":"2026-09-05T00:00:00","EindDatum":null,"StartDatumConditie":"SpecifiedDate","EindDatumConditie":"SpecifiedDate","ArtikelType":"ART.","ArtikelNummer":"2.1.","Link":{"Rel":"self","Href":"https://codex.opendata.api.vlaanderen.be/api/WetgevingArtikelVersie/1549449"},"Id":1549449}